Schrijven met beperkingen (1) – externe verantwoording en deadlines

Wie veel schrijft weet dat de weerstand steeds op de loer ligt. De ene keer houdt hij je inspiratie tegen en weet je niet waarover te schrijven. De andere keer zet hij de sluizen open waardoor je niet meer weet waarover eerst te schrijven.

Mijn inspiratie komt doorgaans in golven over me heen. Sommige dagen lijkt het me allemaal te banaal of te zinloos om woorden aan vuil te maken. Andere dagen heb ik zoveel ideeën tegelijk dat ik in mijn aantekeningenboekje schrijf tot mijn hand pijn doet. Niet zelden ontstaat dan in mijn geest een creatieve flow, een soort koorts die alles rondom mij doet vervagen en die me dwingt zo snel mogelijk en zo veel mogelijk neer te schrijven. Elk idee, elke zijsprong, elke wending in het verhaal dreigt dan het geheel te doen ontsporen of schrijf ik apart neer als weer maar eens een ‘verhaalidee’.

Resultaat: er staan meer verhaalideeën en verhalen met enkel een inleiding of een eerste akte op mijn harde schijf en in mijn notitieboekjes dan voldragen verhalen. En elk van de onafgewerkte verhalen zeurt vanaf dan rond in mijn hoofd: schrijf verder, maak ons compleet! Wij zullen het verhaal zijn waarmee je eindelijk doorbreekt, succes zal kennen, zal gepubliceerd worden, en zo verder…

Ook dat is natuurlijk weerstand: soms dwaal je door een kale woestijn, op zoek naar inspiratie. Maar meestal slenter ik door een boomgaard met allerlei soorten rijp fruit. Ik weet niet waar ik eerst van moet proeven en slaag er niet in ook maar één stuk helemaal op te eten. Een jaar later zit ik nog steeds gevangen in dezelfde boomgaard, omringd door hetzelfde heerlijke fruit, maar intussen zijn er weer tien of twintig nieuwe fruitbomen bij gekomen die me nog net iets interessanter lijken dan de oude vertrouwde bomen.

De enige oplossing is dan je ogen te sluiten, een stuk fruit te plukken en het langzaam op te eten, zonder nog om je heen te kijken. Beslis voor jezelf wat je schrijfdoel van de dag of week zal zijn en werk aan niks anders. Dit verhaal wil ik rond hebben voor ik aan een ander begin. Hierbij kan het helpen voor je zelf een externe verantwoording te creëren: beslis dat je het verhaal wil indienen voor een schrijfwedstrijd, voor een publicatie tegen een bepaalde datum, om voor te lezen bij een bepaalde gelegenheid. Wanneer de deadline dichterbij komt zal ook je focus verscherpen. Het is nog geen garantie op succes, maar het verhoogt wel aanzienlijk je kansen om dat ding uiteindelijk echt af te krijgen.

Ben je niet echt tevreden met het resultaat? Zou je nog graag een weekje herschrijven? Pech gehad, de deadline is daar. Ship your shit, tijd om in te zenden. Eens het verhaal de wereld in gestuurd is behoort het jou niet meer toe. Misschien herlees je het ooit een keer en gaan je tenen krullen, of je vindt het net erg goed. In elk geval mag je trots op jezelf zijn dat je iets hebt afgewerkt. Het staat er nu. Zonder jou zou het er nooit geweest zijn. Je hebt wat gecreëerd. Goed gedaan. Begin nu maar aan het volgende verhaal. Kies je appel, sluit je ogen en bijt. En open je ogen niet tot je aan de pitjes gekomen bent.

Een gedachte over “Schrijven met beperkingen (1) – externe verantwoording en deadlines

  1. Pingback: Schrijven met beperkingen (2) – prompts – Imprimatur

Plaats een reactie