
Schrijvers worden vaak opgedeeld in twee soorten: de planners en de pantsers. De eerste groep plant vooraf het verhaal, tekent een structuur uit en werkt nadien de tekst verder uit aan de hand van het plan. De tweede groep schrijft from the seat of their pants, een zowat onvertaalbare uitdrukking die zoveel betekent als: ze plannen niks van hun verhaal en zien vanzelf wel waar ze zullen uitkomen. Ze improviseren zich een weg door hun verhaal. Het eerste type wordt sterk naar voren geschoven in praktische schrijfcursussen en –gidsen, het tweede type sluit meer aan bij het romantische ideaal van de schrijver, gevat door de begeestering van het moment, die zich laat meevoeren door een creatieve stroom, al dan niet ingegeven door de muze.
Voor beide modellen valt wat te zeggen, beide soorten aanpak kennen belangrijke voorvechters. Zelf ben ik de afgelopen jaren opgeschoven van de totale pantser naar een meer planmatig werkende schrijver. Ik begin steeds met een kernidee, een zin, een personage of een scene die me aanspreekt. Het idee of het beeld is totaal ontoereikend voor een volwaardig verhaal, maar het grijpt me om een of andere reden vast en dwingt me te beginnen schrijven. Meestal schrijf ik het idee neer in een notitieboekje en werk ik mogelijke ontwikkelingen en uitlopers uit.
Wanneer ik het uiteindelijke verhaal vergelijk met deze eerste aanzet, stel ik doorgaans vast dat er ergens onderweg iets moet gebeurd zijn: het eindresultaat lijkt amper nog op de prille kiem. Hoe komt dit? Wellicht omdat het verhaal zelf me tijdens het schrijven nieuwe inzichten heeft ingefluisterd, interessante ideeën die gaan doorwegen op het verhaal. Soms komt het centrale thema pas na verloop van tijd naar boven en had ik er in het begin geen idee van dat precies dit thema zich, vermomd als een of andere banale ingeving, een weg in mijn verhaal heeft getunneld. Met andere woorden, de planning die ik maak op basis van het beginidee wordt vaak bijgestuurd of zelfs totaal overboord gegooid naarmate het verhaal vordert.
‘Plannen zijn zinloos, maar planning is alles’, is een bekend citaat van Eisenhower. Met andere woorden: planning is belangrijk en nodig, ook al zal je uiteindelijk afwijken van het plan. Ik geloof dat dit een goede samenvatting is van mijn aanpak: beginidee, uitgewerkt in een planning -> schrijven -> bijsturen -> schrijven -> bijsturen… Gaandeweg komt er eenheid in de tekst, het onderliggende thema komt naar boven. Je begint nieuwe scenes te schrijven rond dit thema en andere te schrappen omdat ze niet langer passen in het geheel. Op den duur heb je het verhaal dat, schijnbaar onafhankelijk van de schrijver, wil geschreven worden.
Welke les kunnen we hieruit trekken als beginnend schrijver, maar ook als ervaren rot? Ik denk dat geen van beide aanpakken een magische formule betreft die betere resultaten oplevert dan de andere. Veel hangt af van de individuele schrijver. Sommigen zullen de structuren en conventies van verhalen zodanig geïnternaliseerd hebben dat hun eigen schrijfsels automatisch een bekend patroon volgen. Voor deze schrijvers lijkt het alsof alles spontaan gebeurt, voor de buitenwereld lijkt het alsof ze een planmatige aanpak hebben. Anderen werken bewust via een plan en proberen hun creativiteit te stoppen in het vernieuwen van genreclichés, het origineel verwoorden van hun scenes, het spelen met structuur.
Ben je tevreden met je aanpak, doe dan vooral verder zoals je bezig bent. Gaat het moeizaam, probeer dan eens de andere aanpak en beoordeel zelf het resultaat. Soms is een kleine aanpassing in je werkwijze voldoende om je creativiteit weer op gang te krijgen.
Voor wie interesse heeft in de meer planmatige aanpak van schrijven zijn er in boekvorm of on-line veel interessante hulpbronnen te vinden. Zij hernemen doorgaans dezelfde principes en tips die al eeuwen lang vorm geven aan verhalen en romans en bieden hulp aan wie vast zit in het doolhof van haar eigen verhaal. Een aantal van deze lessen zal ik in een aantal blogposts proberen samen te vatten in de metafoor van het lichaam ofwel de biologie van het verhaal. Aan de hand van deze metafoor kan je inzicht krijgen in de voordelen van een planmatige aanpak, en tegelijk inzien op welke momenten je aan vernieuwing kan doen.
Dat is toch het plan 😉