Deze vraag krijgt elke schrijver wel te horen. Ik merk dat ik dan meestal niet veel zin heb om daar veel uitleg over te geven. Alsof het verhaal tijdens het schrijfproces nog te fragiel is om al bloot te stellen aan de blik van een ander.
Het is ook geen eenvoudige vraag om te beantwoorden. Meestal heb ik wel een idee waar een verhaal naartoe gaat, en via welke weg. En toch blijft de vraag ‘waarover gaat het’ vaak lange tijd ook voor mezelf onbeantwoord. Misschien is een betere vraag dus: ‘Waar gaat het verhaal echt over?’
Dat is het verschil tussen plot en thema. Het plot van een verhaal is een reeks gebeurtenissen die het verhaal van A naar Z leidt. Het thema is het hart van het verhaal, datgene wat de lezer bewust of onbewust het meest aanspreekt. Meestal kan je het thema samenvatten met een woord of een zin, of hoogstens een korte alinea. Het is de gemeenschappelijke menselijke grond tussen het personage en de lezer. Of het verhaal zich nu afspeelt in de ruimte, in het verre verleden, in Victoriaans Londen of in de schrijfhut van een geblokkeerde auteur, de hoofdpersoon maakt iets mee wat los van het plot herkend wordt door de lezer. Het thema zegt iets over wat het betekent om mens te zijn, en toont hoe een bepaald mens (het hoofdpersonage) omgaat met een situatie die ieder van ons zou kunnen meemaken. Wanneer het goed uitgevoerd is, sleept het thema de lezer mee, en is het plot daar slechts een hulpmiddel toe.
Afgelopen week keek ik met mijn kinderen naar het eerste seizoen van de reeks The Mandalorian (opgelet: hierna volgen plot spoilers). Dit is een spin-off van de Star Wars films, waarin een premiejager de hoofdrol speelt. Hij krijgt de opdracht een wezentje op te sporen, gevangen te nemen en uit te leveren aan een figuur met diepe zakken en sinistere bedoelingen. De Mandalorian laat zich eerst rijkelijk betalen voor zijn opdracht, maar bedenkt zich dan en redt het kleine wezentje (door de fans meteen omgedoopt tot baby Yoda). En dat is nog maar het begin van het seizoen.
Het genre is duidelijk een Western, maar dan in de ruimte van het Star Wars universum. Het plot van iedere aflevering levert veel actiemomenten op, die meestal het genre eer aan doen en doen denken aan tal van Western-klassiekers. Maar doorheen het eerste seizoen wordt langzaam maar zeker een thema ontwikkeld: Onschuld en Eer. De premiejager breekt de code van zijn gilde en verliest zo schijnbaar de eer die hiermee gepaard gaat. Maar gaandeweg wordt duidelijk dat hij een diepere, belangrijkere code volgt: de code die vereist dat je de onschuldigen beschermt. In zijn geval gaat het om de bescherming van baby Yoda tegen andere premiejagers, tegen rooflustige krijgsheren die overgebleven zijn nadat het Keizerrijk uit elkaar is gevallen en tegen allerlei andere gevaarlijke situaties. Wie, net zoals de Mandalorian, navigeert volgens die diepere code, vinden we meteen een pak sympathieker dan diegenen die volgens de meer oppervlakkiger erecode handelen.

De kijker heeft al snel door dat de relatie tussen de Mandalorian en zijn beschermeling er een is zoals die tussen een liefhebbende vader en zijn zoon. Familiebanden zijn een tweede thematische onderlaag in de reeks. De Mandalorians zijn aanhangers van een leer die hen ertoe beweegt wezen en vondelingen in hun midden op te nemen en op te leiden tot nieuwe leden van hun orde. Ze vormen een soort familie voor mensen die er geen meer hebben. De diepere erecode die de Mandalorian volgt is hier dus nauw mee verweven: hij volgt de code van zijn orde, en wanneer deze in conflict komt met de meer oppervlakkige code van zijn beroep (premiejagers), dan is de keuze snel gemaakt. En alle kijkers die hun ogen open hielden hebben meteen door wat er aan de hand is.
Het vinden van je thema is niet altijd eenvoudig. Soms weet ik vooraf waar mijn verhaal écht over gaat. Of denk ik dat te weten. En dan, misschien halfweg het verhaal, of nog verder, dringt het plots tot me door dat het verhaal toch over wat anders gaat. Het plot blijft ongewijzigd, maar de diepere laag komt naar boven. Losse scenes en momenten krijgen plots zin, alsof mijn onderbewuste al lang wist waar het mee bezig was, maar mijn brein te druk bezig was met te roffelen op het klavier om de waarheid in te zien.
Je thema ontdekken is een van de meest bevredigende ogenblikken die je kan meemaken tijdens het schrijven van een verhaal. Plots valt alles op zijn plaats. Dat vage einde dat je maar blijft uitstellen wordt plots helder en onvermijdelijk. Vroegere momenten in je verhaal die niet echt kloppen kan je gaan opzoeken en fixen, of schrappen. En je kan hier en daar in de tekst wat zaadjes gaan planten die het thema versterken, accentueren of als contrapunt dienen. Personages krijgen een duidelijkere identiteit.
Momenteel schrijf ik een kinderboek met als werktitel ‘de Tijd-eters’. Het gaat over een koppel dat bovenop een berg woont en dat in een soort eeuwig Nu leeft. Tot er iemand op bezoek komt en ze merken dat de Tijd hun begint in te halen. Ik dacht dat ik het thema van mijn verhaal wel kende: Het besef dat ouderdom iedereen vroeg of laat inhaalt. Een zwaar thema voor kinderen, maar ik denk dat we kinderen niet mogen onderschatten. Ze kunnen veel aan, en we leveren hen geen dienst door ze al te veel af te schermen van de werkelijkheid. In ieder geval: op zowat 4/5 van het verhaal onthulde zich het echte thema van ‘de Tijd-eters’: ja, het gaat over ouder worden, en over de reuzen die onze grootouders voor ons leken toen we klein waren. Reuzegroot en onveranderlijk, tot het moment waarop je plots ziet dat ook zij slechts mensen zijn die op een dag oud zijn. Maar het verhaal gaat vooral over hoe je met dat besef omgaat.
We hebben allemaal een teller die loopt, en we weten niet wanneer die zal aflopen. Vullen we onze dagen met haast en drukte, of staan we af en toe stil bij de dingen om ons heen, bij de mensen in ons leven? Dat maakt een groot verschil. En dat thema blijkt het echte hart van ‘de Tijd-eters’ te zijn. Gelukkig hoorde ik het kloppen voor Het Einde van het verhaal.