Mijn beste wensen voor iedereen!
Moge 2022 niet te veel lijken op de twee vorige jaren.
Het is begin (nu ja) januari, dus we kijken net zoals Janus achterom en vooruit.
Mijn afgelopen schrijfjaar in enkele getallen:
365
Ik ben erin geslaagd elke dag van het jaar te schrijven – een ketting van 365 dagen die begon op Kerstavond 2020 en tot op vandaag ononderbroken blijft. Daar ben ik best trots op. Ik heb een systeem gevonden dat me aan de gang houdt. Het geheim: extreem lage verwachtingen stellen, zodat je je makkelijk over de drempel kan hijsen. Meestal overtref je dan ruimschoots je dagdoel. En elke dag in een vrolijke kleur aankruisen op een maandkalender. De mijne had foto’s van Duitse herders, met dank aan de vereniging van blindegeleidehonden (splits dat woord op verschillende plekken, en je krijgt opmerkelijk andere beelden in je hoofd) die deze gratis verdelen om mensen het gevoel te geven dat ze op hun beurt iets verschuldigd zijn. Het reciprociteitsbeginsel, noemt men dat in de literatuur rond overtuigings- en beïnvloedingstechnieken.
81
Het aantal aparte onderwerpen waar ik in de loop van 2021 aan heb gewerkt, van boeken, kortverhalen, blogposts, analyses en syntheses tot losse flodders, rants, een gedicht hier of daar en een veel te zwaar systeem om me aan de gang te houden, dat ik dan ook al snel gelost heb en vervangen heb door een heel eenvoudig systeem.
Wat kon ik hieruit besluiten? Dat ik zwaar gebuisd ben in mijn goed voornemen om in 2021 slechts aan één schrijfproject tegelijk zou gaan werken! En wat besluit ik daar dan best uit? Blijkbaar heb ik er geen probleem mee om op meer dan één spoor tegelijk te werken. Dat geeft me voldoende flexibiliteit om tussen projecten te switchen als ik ergens vast zit. Zie ook de succesvolle ononderbroken streak uit het vorige stukje. Anderzijds levert het ook veel projecten en verhalen op die in de conceptfase blijven steken, of die begraven worden in een Work in Progress folder.
Het is maar zo. Als een idee echt goed is, pik ik het ooit wel opnieuw op.
12
Het aantal boekprojecten waar ik in 2021 aan werkte. Dat varieert van een afgewerkt boek dat ik naar allerlei uitgevers stuurde (reactie: het geluid van krekels), over een drietal works in progress, tot enkele ideeën die als een bliksemflits binnenvielen en een dikke maand later min of meer klaar voor verzending staan.
In 2022 zullen in ieder geval minstens 3 boeken van me gepubliceerd worden (allemaal kinder- en jeugdboeken):
Verkeer(d) (werktitel): samen met Emy Geyskens, met wie ik al Coco en Munt schreef. Een project rond verkeersveiligheid. Vanaf 6 jaar. Uitgeverij Clavis.
Willewete+: Magie. Een boek in de reeks Willewete +, die telkens een fictieverhaal combineert met een informatief luik. Mijn boek gaat over Magie (goochelen, niet zwarte magie – dat zou een vreemd informatief luik opleveren, en troepen ouders met brandende fakkels aan mijn voordeur). Vanaf 10 jaar. Uitgeverij Clavis.
De Tijdeters: een van die bliksemschichten. Een boek over een koppel dat leeft op een bergtop, waar de tijd niet lijkt te bestaan. Tot ze op een dag bezoek krijgen uit de vallei, en er allerlei kleine dingen beginnen te veranderen in hun tijdloze bestaan. Vanaf een jaar of 9, al denk ik dat (groot)ouders zich hier misschien nog meer door zullen aangesproken voelen dan de kinderen zelf. Uitgeverij Clavis.
Ik schreef ook een kort non-fictieboek dat ik hoop te kunnen slijten bij een uitgever. Het is een verzameling korte beschouwingen die ik bundelde onder de titel Erfstuk. Het opzet is: wat vind ik de moeite waard om door te geven aan de volgende generatie, of wat mag integendeel hier en nu stoppen? Ja, ik werd 40 jaar in 2020, het is te merken aan zulke projecten.
Voor wie in dergelijke details geïnteresseerd is: ik werkte 36 dagen aan de Tijdeters, 33 dagen aan Erfstuk. Dat is relatief weinig voor een boek. Er moet natuurlijk nog een redactieronde over gaan, kleine en grotere aanpassingen, etc… Ik verwacht dat ze beiden op een 50-tal dagen zullen belanden. Dat zijn vijftig dagen waarop ik werk aan die boeken (gaande van een half uur tot maximaal twee uur, meestal ergens rond de 50 minuten), niet vijftig volledige dagen.
Voor andere (en langere) boeken kom ik op veel meer tijd uit. Ik denk niet dat die tijd comprimeerbaar is, bv. door eens een week verlof te nemen en alle 50 uur in die week te proppen. Een boek moet gisten en pruttelen en soms op een laag vuur staan, in een pannetje dat je nog net vanuit je ooghoek in de gaten houdt terwijl je met iets heel anders bezig bent. De beste ideeën en beelden komen meestal pas later in het proces, niet tijdens de eerste draft van een tekst. Full-time schrijven en jaarlijks vijftig boeken publiceren is dus geen realistisch werkmodel voor mij, ik ben de S-express niet (die komt ook niet aan vijftig boeken per jaar, maar deed er in 2021 welk elke maand eentje bij – respect!).
3
Het aantal boeken dat ik dus zal publiceren in 2022, als alle illustratoren op schema blijven tenminste.
1000
Het aantal krekels dat tsjirpt terwijl ik wacht op antwoord van allerlei uitgeverijen voor mijn nabije toekomstroman De Ontkoppeling.
41
Kortverhalen, concepten en ideeën, halfbaksels… Het kortverhaal is bij uitstek mijn proeftuin, om ideeën uit te testen of om te werken aan mijn proza, schrijftechnieken, verhaalstructuren, vertelwijze… Dat levert soms heel vreemde dingen op, en af en toe sta ik zelf paf van het resultaat (positief en negatief). Sommige verhalen dingen momenteel mee in wedstrijden (Afvalligen – Godijn Publishing; Hebban Harland Awards), dus het valt maar af te wachten of ze aanslaan.
Andere durf ik voorlopig niet insturen omdat ze zo afwijken van wat ik meestal schrijf. Ik schreef ook enkele verhalen in het Engels (dat doe ik al langer, maar deze vind ik eindelijk goed worden), maar het is niet makkelijk daar een bestemming voor te vinden. Nieuwe markten verkennen is iets waar ik mezelf graag nog wat zou ontwikkelen. Misschien iets voor het jaaroverzicht van 2022.
Voor wie dat graag weet: het snelst geschreven kortverhaal kostte me 1 dag (geen werkdag, een dag zoals ik hem beschreef in het stukje over de boeken), het verhaal voor de Harland Award kostte me 21 dagen/werksessies. Een gemiddeld verhaal zal me tussen de 3 en de 10 schrijfsessies kosten (een sessie is grofweg een uur), van eerste draft tot finish. Wordt dat langer, dan ligt het meestal aan ofwel de conceptfase, waarin ik soms heel diep ga voor ik aan de eerste draft begin, of aan de opblinkfase, waar ik schaaf en vijl aan de tekst.
Veel te weinig
Publicaties! En dat ligt meer aan mezelf dan aan de boze buitenwereld. Ik ondervind een vreselijke schroom om mijn werk in te sturen. In 2022 heb ik op creatief vlak geen goede voornemens geformuleerd, buiten dit ene punt: stuur meer en vaker verhalen en boeken in, en post wat vaker iets op de site of elders. Zodat mijn werk blootstellen aan de wereld een gewoonte wordt, en de drempel daartoe hopelijk wat begint te zakken. Ik maakte zelf een Shipping Bingo: per vijf kruisjes mag ik een boek voor mezelf kopen! Ship ik niks, dan zal ik (snif) een van de boeken uit mijn antibibliotheek (de honderden ongelezen boeken in huis) moeten lezen in plaats van er nieuwe te kopen.
0
Aantal podcasts dat ik lanceerde, ondanks de aankondiging in januari 2021. Ik heb een concept (Monstermaatjes!) én een reeks kant en klaar geschreven afleveringen, plus een heel vriendelijk aanbod van een podcaster om zijn materiaal te lenen.
Hier stuit ik op de drempel dat de technische kant te veel onbekende elementen bevat, die ik allemaal moet uitzoeken en leren kennen. Dat is het perfecte recept om van de sporen te gaan en liever gauw een nieuw verhaal of zelfs boek te gaan maken, eerder dan die technische kanten uit te zoeken. Voor 2022 kondig ik dus niks aan, al die druk ik slecht voor een mens. Komt het ervan, dan horen jullie er wel van.
Een fijn 2022!
Rob
Pingback: Nieuw boek in aantocht… | Rob Geukens