
Mijn zoektocht naar interessante invalshoeken op het schrijversvak brengt me soms op onverwachte plekken, zoals bijvoorbeeld dit boek.
Will Eisner wordt beschouwd als de godfather van Amerikaanse comics, met onder anderen The Spirit. Graphic Storytelling maakt deel uit van een drieluik, waarvan ik ooit graag de andere twee delen (Comics and sequential art & Expressive anatomy for comics and narrative) van zou willen lezen.
Wat kan een cartoonist je leren over verhalen vertellen? Verrassend veel, zo blijkt. In dit toegankelijke werk gaat Eisner in op een aantal basics van verhalen vertellen, maar dan vanuit de invalshoek van het visueel medium van de strip. In principe weinig nieuws voor wie al wat ervaring in verhalen maken heeft, maar door deze manier van kijken naar het proces krijg je ook nieuwe inzichten in het meer klassieke verhalen vertellen en schrijven.
Je beseft dat het medium waarmee je een verhaal vertelt erg bepalend is voor je verhaal. Door enkel op papier en met woorden te werken kan je dat als schrijver soms uit het oog verliezen. Soms moet je je losmaken van je gewoonlijke manier van werken om het op een nieuwe manier te leren zien en doen.
Maar die perspectiefshift is niet de enige reden waarom dit boek interessant is: wanneer Eisner stilstaat bij verschillende soorten verhalen (en deze illustreert met enkele korte verhalen in comic vorm) kreeg ik meteen zin om deze zelf eens uit te proberen, zowel in woorden als tekeningen.
Dat is voor mij doorgaans de test van een interessant verhaal, boek of concept: wanneer je het amper kan uitlezen omdat je er eigenlijk meteen zelf een eigen variant van wil schrijven, het concept toe te passen, de stijl uit te proberen… is het voor mij geslaagd. Zijn voorbeeld van het slice-of-life story (een betekenisvol fragment uit iemands leven) kan zo opgenomen worden in een bundel kortverhalen.
Het verhaal Sanctum, over een onopvallende man die zich nooit ergens mee wil bemoeien, en wiens leven na een foutieve rouwadvertentie in de krant overhoop wordt gehaald, deed me denken aan Russische verhalen zoals Gogols ‘de Jas’.
Om maar te zeggen dat er geweldige vertellers kunnen schuilen in onverwachte hoeken.
Het hoofdstuk over de relatie met de lezer mag wat mij betreft deel uitmaken van iedere basiscursus schrijven: het belang van empathie voor de lezer, het onuitgesproken ‘contract’ tussen lezer en schrijver, hoe je de lezer kan leiden en diens aandacht vasthouden,… zelfs in de korte passages en de beperkte illustraties krijg je heel wat lessen ingeprent (ahum).
Eisner gaat ook dieper in op de ervaring die de lezer meebrengt naar een verhaal. Vooral de enorme invloed van film op de verwachtingen van de lezer, op diens ‘opvoeding’ als consument van verhalen, valt niet te onderschatten. Dat is een les die we als schrijvers ook ter harte moeten nemen. Een flink deel van ons publiek – zeker een jonger publiek – verwacht kortere scenes, sprekende omschrijvingen, relevante elementen (denk aan het pistool van Checkov) en geen overbodige informatie die het plot niet dient. Ik besef dat ik hiermee inga tegen de gevoeligheden van mensen die ‘echte’ literatuur genegen zijn, maar het gaat toch op voor een groot deel (het merendeel?) van het leespubliek.
Hoe beleeft de lezer je woorden? Hoe zet je woorden in beelden om? Als comicsschrijver die niet zelf tekent kom je dat probleem ook tegen: de illustrator zal zich bij jouw woorden eigen beelden indenken en op papier zetten. Het maakt duidelijk dat dit ook met geschreven verhaal gebeurt: de lezer ziet een geheel eigen versie van jouw personages in hun hoofd. Het dwingt je om bepaalde elementen (bv. Zaken die cruciaal voor je narratief zijn) uitdrukkelijk aan te halen en te omschrijven (en later in het verhaal daar niet van af te wijken, een continuïteitsfout die erg storend is voor de oplettende lezer).
Tot slot gaat Eisner nog in op vertelstem, en het belang om je stijl in overeenstemming te brengen met het type verhaal dat je brengt.
Een aanrader dus, ook voor wie zelfs geen mannetje van ZOT kan tekenen.