Kortverhaal – Zoetekauw

Er heerst een ongewone opwinding in het politiekantoor van Diepenveen. Het gebeurt namelijk niet elke dag dat een heks wordt binnengebracht voor verhoor. Inspecteur Dejaegher leidt de oude vrouw naar de verhoorkamer en gebiedt haar te gaan zitten. Er staat een brede tafel veilig tussen hen in. Met zo’n heks weet je maar nooit.

‘Zo, mevrouwtje. Betrapt.’ Hij kijkt haar aan vanonder zijn borstelige wenkbrauwen. De heks reageert niet en blijft voor zich uitstaren. De agent opent een map met screen prints van bewakingscamera’s en schikt ze naast elkaar op de tafel. ‘Raalte.  Wijhe. Diepenveen. U bent goed bezig geweest. Is er een winkel in heel Overijssel waar u niet heeft toegeslagen?’

De heks mompelt ten antwoord. ‘Dat ben ik niet. Kan iedereen zijn.’

De agent leunt naar voren. ‘De persoon op deze beelden. Die telkens een pak chocolade onder haar mantel wegmoffelt. Ze heeft steeds dezelfde kleren aan. Precies zoals uw kleren nu. Dezelfde mantel, hetzelfde kleed. Dezelfde bezem staat telkens buiten geparkeerd. U bent het.’

De heks kucht. ‘Twas niet voor mezelf, als u dat maar weet.’ De agent spitst de oren. ‘Ben allergisch voor chocolade. Ja, lacht u maar. Ik krijg er jeuk van.’ Dejaegher veegt de afdrukken weer bijeen. ‘U ben allergisch, en toch steelt u meer chocolade dan een mens op kan. Voor wie is dat dan allemaal bestemd?’ De heks haalt de schouders op. ‘Deels voor verbouwingen. De winter komt eraan. En een deel…’ De agent knikt. ‘Een deel?’

De heks kraakt. ‘De kinderen! Het was voor hen, niet voor mezelf.’

‘Welke kinderen? U heeft toch helemaal geen familie?’

‘Ze kwamen naar het bos. Een jongen en een meisje. Vraten mijn brievenbus op. Daarna knaagden ze aan de deur. Zo hongerig! En huilen! Dat ze verloren waren gelopen. Ik zeg: arme kinderen, kom binnen.’ Ze verbergt haar gezicht en snikt. ‘Ze vreten me arm, mijnheer. Al maanden. Dat joch is intussen moddervet. Ze blijven chocolade eisen. Ze dreigen ermee een gat in mijn dak te eten! Met dit weer!’

‘U houdt dus twee kinderen in uw huisje?’ De agent grijpt zijn radio. De heks knikt.

‘Aandacht, patrouilles. Kinderen gelokaliseerd. Staatsbos Staphorst. Het huisje van de heks. Stuur een team, NU!’ Het volgende uur wordt gevuld door het gekraak van de politieradio. Dan volgt het verlossende bericht. ‘Kinderen gevonden. Hans én Grietje. Ze zijn veilig in onze handen. Geen gewonden.’ De politieman zucht opgelucht. De heks jammert.

Agent Dejaegher schuift een papier naar voren. ‘Uw verklaring. Onderteken, dan kan u gaan. Voorlopig.’ De heks kijkt hem fronsend aan. ‘U heeft geluk gehad. Deze rotkinderen hebben het afgelopen jaar al twee andere eenzame dames beroofd. Doen zich voor als verloren gelopen, laten zich verwennen en slaan dan toe. De vorige hebben ze gewoon in een oven geduwd. Gebakken! Met honing erover. Echte zoetekauwen.’

De heks staat op de stoep en zoekt in haar mantel. Ze vindt een doos merci-chocolade, opent en proeft. Ze heeft de opkikker nodig. De jeuk neemt ze er wel bij.

© Rob Geukens


Dit verhaal is een inzending voor een schrijfwedstrijd. In een latere post kijken we ‘onder de motorkap’: hoe genereer je ideeën, welke structurele elementen moeten in een verhaal, zijn er genreconventies die moeten gevolgd worden…

2 gedachtes over “Kortverhaal – Zoetekauw

  1. Pingback: Een kijk onder de motorkap – Zoetekauw – Imprimatur

Geef een reactie op Els Reactie annuleren