
Naar goede gewoonte blik ik in de deze periode terug op het afgelopen jaar, en vooruit naar het nieuwe.
2024 lag voor mijn schrijfwerk een beetje in het verlengde van 2023: niet geweldig productief wanneer je het aantal publicaties als maatstaf neemt, maar wel veel zaadjes geplant voor wat komen zal.
2023 beschreef ik als een soort van winterperiode, en die heeft zich ook in 2024 nog wat doorgezet. Ik teerde op wat eerder kwam, en had tijd nodig om na te denken en nieuwe dingen uit te testen.
Wat publicaties betreft ziet de oogst er als volgt uit:
‘De Overkant: dichterbij dan je denkt’, het kinderboek dat ik samen met Emy Geyskens schreef, met leuke illustraties door Madelon Koelinga. Het boekje combineert een fictief verhaal over eenzaamheid, durven een eerste stap te zetten en bruggen bouwen met een informatief gedeelte rond hetzelfde thema.
In 2025 verschijnt een nieuw boekje in deze reeks, zoals steeds in samenwerking met de kinderen van een school in Asse, en waar een fictiedeel gekoppeld wordt aan een maatschappelijk relevant thema. Het nieuwe boek heet ‘Dappere Harten’, en belicht de helende kracht van muzische vorming en creativiteit voor kinderen die om medische redenen vaak afwezig zijn van school. Prachtig geïllustreerd door Anna Sikkes. Het boek verschijnt eind maart.
Het kortverhaal ‘Het bleef donker’, dat ik schreef naar aanleiding van Halloween, kan je hier lezen.
Mijn verhaal ‘Babbelaar’, oorspronkelijk opgenomen in de EdgeZero bundel SF In de Polder, nam deel aan de EdgeZero wedstrijd en werd als shortlister opnieuw gepubliceerd in 2024, in de bundel EdgeZero 2023. Een van mijn goede voornemens voor 2024 was om niet langer deel te nemen aan schrijfwedstrijden. Dit was de uitzondering (ook omdat ik niets nieuws moest schrijven om deel te nemen), en dat is onverwacht goed uitgedraaid: Babbelaar won de publieksprijs. Een mooie trofee voor op de kast. Naast de trofee voor de Harland Verhalenprijs van destijds geeft het een beetje een Two Towers aspect aan de kamer.
Verder werkte ik vooral aan zaken die nog het daglicht moeten zien, hopelijk in de loop van 2025: kortverhalen voor opname in diverse bundels, een verhaal (‘Gereserveerd’) dat deze week verscheen in tijdschrift Fantastische Vertellingen nr 73, enkele verhalen voor wat hopelijk een nieuw Monsterjagerboek zal worden. Dat manuscript zit in de laatste fase voor ik het naar de uitgever stuur. Verder zullen er nog verhalen van me worden opgenomen in de Heliotropisme-bundel die Finn Audenaert samenstelt, en in een bundel met Fantastische Detective verhalen waar Johan Klein Haneveld aan werkt.
Ik hield me ook bezig met twee bundelprojecten: eentje rond de schrijver Piet Apol, een project dat wat vertraging opliep maar eindelijk binnenkort het licht zal zien, en een bundel griezelverhalen rond het thema ‘het Jaar zonder Zomer’, waar ik nog een aantal bijdragen voor verwacht. Beide bundels zullen verschijnen bij EdgeZero.
Verder gaf ik een aantal lezingen aan lagere scholen in het kader van leesbevordering. Het is altijd wat spannend, omdat je niet zeker bent of de groep goed reageert. De lezingen zijn sterk interactief. De kern is een verhaal dat ik samen met de groep ontwikkel, zodat ze de belangrijkste bouwstenen van verhalen vertellen meekrijgen. Ik illustreer ook live het verhaal op een whiteboard, wat meestal erg in de smaak valt. Deze lezingen worden mee mogelijk gemaakt door Auteurslezingen.be, waar ik sinds vorig jaar op de lijst sta. Organisatoren kunnen een subsidie aanvragen wanneer ze auteurs op deze lijst uitnodigen. Voor 2025 staat het in dit verband al aardig vol voor mij, met lezingen van Limburg tot aan de kust.
Op uitnodiging van collega Tom Thys ontwikkelde ik een Halloweenworkshop ‘griezelverhalen vertellen’ voor de Bibliotheek van Berchem. Dat viel reuze mee. Op zo’n workshop zie je dat de meeste kinderen best wel tegen wat griezel en horror bestand zijn. Ze komen zelf met de vreselijkste ideeën op de proppen!



Ik schrijf ook heel wat zaken die voorlopig niet voor publicatie bedoeld zijn. Ik verken er nieuwe interesses mee, of probeer bepaalde zaken beter voor mezelf te begrijpen door ze op papier te zetten. Zo heb ik het afgelopen jaar heel wat scripts gelezen, en er een aantal geschreven als vingeroefening. Misschien komt er ooit wel een stripverhaal, graphic novel of kortfilm uit voort, we mogen dromen.
Ook denk ik veel na (op papier) over verhalen als technologie van de mens, hoe ze werken, wat ze betekenen voor ons, en wat de mogelijke impact is van recente ontwikkelingen. Verhalen worden als wapen gebruikt in een constant bombardement van beïnvloedingspogingen, commercieel, politiek, maatschappelijk. De oudste technologie van de mens wordt tegen ons gebruikt, en dat verontrust me. Ik denk dat er ruimte is voor een maatschappelijk project waarin de samenleving geïmmuniseerd wordt tegen dergelijke verhalen, door verhalenwijs te worden en de technieken die gebruikt worden te herkennen.
Naast deze kwestie, maar er wel mee verweven, is de plotse alomtegenwoordigheid van door zogenaamde Artificial Intelligence gegenereerde verhalen. Hoewel ik vermoed dat deze schijnbare explosie vooral het gevolg is van een uitgekiende marketingcampagne om het publiek en de bedrijfswereld warm te maken om meer geld te geven aan de ontwikkelaars van AI en Large Language Models, staan artiesten en verhalenvertellers toch onder toenemende druk. We kunnen ons afvragen: als machines onze verhalen beginnen te vertellen, wat verliezen wij dan als mens? Ik vind dat een behoorlijk griezelige vraag. Misschien formuleer ik er dit jaar wel een antwoord op, in fictie of non-fictievorm.
Tot slot werk ik nog aan een soort woordenboekje van onbenoemde emoties. Dit is een van mijn vele kabbelprojectjes, die mogelijk nooit de eindmeet halen, maar dat zou niet erg zijn. Ik probeer aandachtig te zijn voor kleine momenten waarop ik een emotie ervaar waar nog geen woord voor lijkt te bestaan, en beschrijf deze op een manier die hopelijk herkenbaar is voor anderen. Er gaat een troostende kracht uit van de herkenning dat een ander precies hetzelfde als jij ervaart, en dat je dus niet alleen bent. Door dergelijke ontbreekwoorden te verzinnen verrijk je je emotionele woordenschat, iets wat me wel belangrijk lijkt in deze tijden. Het idee is nauwelijks origineel te noemen en werd geïnspireerd door The Dictionary of Missing Words, een vast onderdeel in de nieuwsbrief van Rob Walker (The Art of Noticing) en The Dictionary of Obscure Sorrows van John Koenig. Omdat ik weg wilde blijven van het Engels, en een gewone vertaling naar ‘obscuur verdrietje’ me wat zwak leek, heb ik volgende term bedacht:
Duysterniche
Een onbeschreven of slechts vaag gedefinieerde maar toch herkenbare toestand van lichte droefnis, die in een duister hoekje van de menselijke ervaring zit te wachten tot iemand het opmerkt en zich de moeite getroost het te beschrijven en misschien zelfs te benoemen.
Van: duister; nis / niche (een aparte, unieke plek)
Een fijn leesjaar gewenst aan iedereen, en aan de schrijvers en illustratoren onder ons: blijf werken aan goede kunst.